Meer samenwerking nodig voor aanpak matchfixing

Matchfixing is een serieuze bedreiging van de sport. Miljoenen gaan erin om. Aan matchfixing zelf kan de Kansspelautoriteit niets doen, dat is een aangelegenheid voor de sportbonden en justitie. Wat de Kansspelautoriteit echter wel kan doen, is zich buigen over het gokelement in matchfixing. ‘Het IOC, de nationale sportbonden en in het verlengde daarvan het Openbaar Ministerie, kijken naar ‘fixing the match’; wij kijken naar ‘fixing the bet’, aldus Henk Kesler, vice-voorzitter van de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit.

Het onderwerp matchfixing is voor Kesler niet nieuw. Geruime tijd voor hij bestuurder was bij de Kansspelautoriteit, boog hij zich vanuit zijn functie als directeur betaald voetbal bij de KNVB op nationaal en Europees niveau in commissies over matchfixing. Die kennis en contacten komen hem nu goed van pas.

Nationaal overleg

Sinds 2013 is er het nationaal platform matchfixing, dat is opgericht na een aanbeveling uit het rapport ‘Matchfixing in Nederland’ (Spapens en Olfers, 2013). De Kansspelautoriteit heeft in dit platform structureel overleg met de volgende organisaties: de beleidsdepartementen van VWS en Veiligheid en Justitie, het Functioneel Parket (FP) van het Openbaar Ministerie, Belastingdienst, FIOD, Politie, KNVB, NOC*NSF, KNLTB en de Lotto. ‘Willen we matchfixing goed aanpakken, dan hebben we samenwerking met ketenpartners hard nodig’, aldus Kesler.

Daarnaast participeert de Kansspelautoriteit in het zogenaamde ‘signalenoverleg’. In dit overleg wordt met het Openbaar Ministerie, Belastingdienst, FIOD en politie gesproken over de afhandeling van signalen met betrekking tot aan sport gerelateerde fraude. Signalen over matchfixing of onregelmatige gokpatronen kunnen daar onderdeel van uitmaken.

Keep Crime Out Of Sports

Bovendien committeerde de Kansspelautoriteit zich in 2016 aan het programma Keep Crime Out of Sports van de Raad van Europa. Ze heeft binnen dat programma deelgenomen aan bijeenkomsten van het netwerk van nationale toezichthouders op sportweddenschappen, studiebezoeken en regionale seminars. Op 20 en 21 juni 2016 organiseerde de Kansspelautoriteit één van die seminars (Keep Crime Out of Sport – Recognising the problem, creating the trust) in Den Haag.

Welke rol heeft de Kansspelautoriteit?

De Kansspelautoriteit zet een Sports Betting Intelligence Unit op. Dit is een speciale eenheid voor informatie over sportweddenschappen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel Kansspelen Op Afstand in de Tweede Kamer op 7 juli 2016 is een amendement opgenomen, dat oproept tot de instelling van een dergelijke eenheid binnen de Kansspelautoriteit. ‘Consumenten moeten weten waar ze veilig kunnen gokken’, aldus Kesler. ‘Wij willen er daarom voor zorgen dat weddenschappen van vergunde aanbieders veilig zijn. Zodra genoemd wetsvoorstel van kracht is, moet de vergunde aanbieder beschikken over een detectiesysteem dat onrechtmatig verloop filtert. Onze sportbetting intelligence unit overlegt dan met de aanbieder welke maatregelen genomen moeten worden. Daar zijn overigens ook de toekomstige vergunde aanbieders bij gebaat, want ook voor hen is al het illegale en malafide aanbod ongunstig.’

Wereldwijd probleem

Matchfixing is een wereldwijd probleem dat zich grotendeels online afspeelt en niet zelden verweven is met georganiseerde misdaad. ‘Vermoedens zijn er in veel gevallen wel, maar bewijzen ervoor vinden is moeilijk’, vertelt Kesler. Een bekende zaak rond matchfixing in het Nederlandse voetbal is die rond voetballer Ibrahim Kargbo. Volgens de KNVB is die wedstrijd met zekerheid gemanipuleerd. De voormalige speler van Willem II zou zich hebben laten overhalen om de wedstrijd tegen Utrecht op 9 augustus 2009 met opzet te verliezen en daarvoor via matchfixer Perumal sommen geld van een Aziatisch goksyndicaat hebben ontvangen.

Samenwerking cruciaal

In de bestrijding van matchfixing is samenwerking cruciaal, benadrukt Kesler. ‘Aangezien matchfixing wereldwijd gebeurt, is het te groot om als één partij aan te pakken’, zegt hij. ‘Daarom zoeken we zoveel mogelijk de samenwerking met andere partijen. Dat doen we dus ook in het nationaal platform matchfixing en het signalenoverleg. Maar als de deelnemende partijen echt belang hechten aan matchfixing, dan moet het strategisch beraad wel vaker bij elkaar komen. Met één keer per jaar red je dat niet. Je kunt je dan afvragen: nemen de ketenpartners elkaar wel serieus?’