Monopolies sportprijsvragen en instantloterijen gehandhaafd

2 mei 2018

De Raad van State heeft vandaag (2 mei 2018) bepaald dat de monopolies op sportprijsvragen en instantloterijen (krasloten) in stand blijven. De Kansspelautoriteit had wel beter moeten motiveren waarom er een monopolie is voor lotto’s. Dit blijkt uit twee uitspraken van de Raad van State.

Wat is de voorgeschiedenis van deze uitspraak?

In de Wet op de kansspelen uit 1964 staat dat Nederland een monopoliestelsel kent voor sportprijsvragen, lotto’s en instantloterijen (krasloten). De vergunningen om deze kansspelen te mogen organiseren, waren door de Kansspelautoriteit eerder verleend aan Lotto B.V. Die liepen af per 31 december 2014. De Kansspelautoriteit verleende deze opnieuw. Dat gebeurde onderhands, dat wil zeggen zonder dat andere partijen mee konden dingen. Een aantal kansspelbedrijven en belangenverenigingen van kansspelaanbieders  spanden bij de rechtbank Den Haag een rechtszaak aan tegen deze beslissing. Die oordeelde in twee uitspraken (oktober 2016 en november 2016) dat de Kansspelautoriteit een transparante vergunningsprocedure had moeten voeren, zodat andere geïnteresseerden mee hadden kunnen dingen. De rechtbank droeg de Kansspelautoriteit op een nieuw besluit te nemen. Tegen die uitspraak tekenden de Kansspelautoriteit en belanghebbende Lotto B.V. hoger beroep aan. De eerder genoemde kansspelbedrijven en belangenverenigingen van kansspelaanbieders deden dat ook (met uitzondering van Lottovate). Op 5 juli 2017 was een rechtszitting over de monopolies voor sportprijsvragen en lotto’s, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het onderzoek heropende. Op 28 november 2017 was er een rechtszitting over het monopolie van instantloterijen, en op 14 maart 2018 nogmaals over de monopolies voor sportprijsvragen en lotto’s. Alle partijen dienden nieuwe stukken in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in deze zaak in hoger beroep nu uitspraak gedaan.

Wat zegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de monopolies voor sportprijsvragen en instantloterijen?

De Raad van State zegt dat de monopolies die Nederland hanteert voor sportprijsvragen en instantloterijen, gerechtvaardigd zijn. Die monopolies beperken weliswaar het Europese vrije verkeer van diensten, maar een beperking kan gerechtvaardigd zijn vanwege de doelstellingen van het Nederlandse kansspelbeleid. Die zijn: het beschermen van de consument, het tegengaan van illegaliteit en criminaliteit en het voorkomen van kansspelverslaving. Die doelen worden volgens de Raad van State ‘op coherente en systematische wijze’ nagestreefd. De twee vergunningen die de Kansspelautoriteit aan Lotto B.V. verleende voor het mogen aanbieden van sportprijsvragen en instantloterijen, zijn rechtmatig verleend.

En wat zegt de Raad van State over het monopolie voor lotto’s?

De Raad van State zegt dat de Kansspelautoriteit beter had moeten motiveren waarom er maar één vergunning voor lotto’s is verstrekt. De Raad van State heeft de verschillende kansspelvormen met elkaar vergeleken en oordeelt dat er voor het risico op gokverslaving tussen lotto’s en goededoelenloterijen geen grote verschillen zijn. Voor het mogen organiseren van goededoelenloterijen kent Nederland zes  vergunningen:  voor de BankGiroLoterij, de Postcode Loterij, de VriendenLoterij, de Samenwerkende Nonprofit Loterijen, Lottovate en Fair Share.

Wat gaat de Kansspelautoriteit nu doen?

De Kansspelautoriteit constateert dat het Nederlandse kansspelbeleid in stand is gebleven. De Kansspelautoriteit zal wat betreft de vergunningverlening aan Lotto B.V. voor het mogen aanbieden van lotto’s en de bezwaren daartegen, nieuwe besluiten nemen. Die worden gemotiveerd met inachtneming van de uitspraken van de Raad van State.